Advocaat-generaal: Hondenbelasting is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel | VNG

Advocaat-generaal: Hondenbelasting is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel | VNG.

Maar wat beslist De Hoge Raad??????

Als ik het advies leest lijkt het mij een geval van:
“Kop win ik, munt verlies jij”  Een zeer politiek gemotiveerde advies die gegeven is in het belang van de geldwolven.A_G motiveert zijn advies door ZIJN interpretatie van de wet te schrijven.

A-G schrijft o.a.:
“……Het lijkt de A-G dat dit zich wellicht zou kunnen voordoen als het tarief van een gemeentelijke hondenbelasting zo buitensporig hoog is dat elk redelijk verband met de door hondenbezit opgeroepen gemeentelijke voorzieningen ver te zoeken is. Maar dan zou het, naar de A-G meent, moeten gaan om minstens vele honderden euro’s per hond en zeker niet om de onderhavige aanslag ten bedrage van € 55,44……”

Ik vraag me af op welke wet de A-G zijn motivatie staaft. Hoe kan hij bepalen wat buitensporig is?

Hondenbezitters van Nederland laat uw stem horen. Wellicht komt De Hoge raad met een andere uitspraak.

Advertenties

3 gedachtes over “Advocaat-generaal: Hondenbelasting is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel | VNG

  1. Nou dan mag meneer de advocaat generaal is kijken wat men in Rotterdam betaald. Ik betaal voor twee honden 320 euro per jaar, dat zijn in mijn ogen vele honderden euro’s……. En om nou te zeggen dat ik blij wordt van al die “voorzieningen” die ze daar van realiseren, welke voorzieningen???

  2. Er is zo wie zo een ongelijkheidsbeginsel in Nederland. Elke Gemeente vraagt een ander bedrag aan hondenbelasting. Als er al hondenbelasting betaald moet worden in Nederland laat ze dan het bedrag in heel Nederland voor 1e en 2e hond gelijk trekken en ook daadwerkelijk aan de uitgaven voor honden uitgeven.

  3. Alleen al het feit dat veel gemeenten geen honden belasting in rekening brengen en andere gemeenten weer wel is krom (rechtsongelijkheid op basis van waar je in Nederland woont, maar ook ten opzichte van eigenaren van andere dieren zoals paarden, katten e.d.). Daarnaast verschillen de bedragen bij de gemeenten die dit wel doen enorm. Tot slot is het toch een teken aan de wand dat die gemeenten nooit repten over de kosten van door hondenbezit opgeroepen gemeentelijke voorzieningen, maar na de de uitspraak van de rechter ineens wel. Daarvoor vonden ze dit niet nodig en waren ze er van overtuigd dat hondeneigenaren een ideale doelgroep is als melkkoe voor de algemene middelen van de gemeentekas. Gemeentelijke voorzieningen voor honden zijn volstrekt overbodig als iedere hondeneigenaar de uitwerpselen van hun hond(en) netjes opruimt. Daarop kan streng gehandhaafd worden, net zoals bij burgers die hun troep niet opruimen na bijvoorbeeld een dagje recreëren. Daarmee verdienen de kosten van deze handhavers zich weer vanzelf terug en blijft er wellicht nog wat over voor de algemene middelen.

Reacties zijn gesloten.